Je moet er samen wat moois van maken

“Goedemorgen heer Jansen.”, “Dag Johan!”, klinkt het vrolijk uit de kamers die we passeren als we met onze gesprekspartner naar zijn kamer wandelen. De sociale zeventiger is overduidelijk populair in De Zonnekamp. “Als je hier zit, dan moet je er samen wat moois van maken!”, vertelt hij monter. Aangekomen op zijn kamer laat hij ons trots twee schilderijen zien. “Ik heb ze alleen maar ingekleurd, hoor”, vertelt hij bescheiden, “maar het is heel leuk om te doen.”
Enthousiast praat hij over alles wat hij beleeft in De Zonnekamp. Over het koffiedrinken in de naastgelegen Annahoeve. Over het gezamenlijk eten in de woonkamer, waar hij verantwoordelijk is voor de verdeling van de zoutvaatjes. Over de recente rit op de heftruck, een lang gekoesterde droom die Markenheem voor hem in vervulling liet gaan. Over de bezoekjes aan Schavenweide om receptioniste Monique gedag te zeggen. En over zijn kinderen en kleinkinderen, waarmee hij het liefst onder de boom voor de ingang zit. De heer Jansen heeft een druk sociaal leven.
Na vier jaar in de Zelhemse Zonnekamp te hebben gewoond, verhuisde de heer Jansen in 2015 mee naar de tijdelijke vestiging in Doetinchem. Hoe vindt hij het hier? “De verzorging is goed, hetzelfde als in Zelhem. Ze kennen me goed, dat is fijn.” Hij vervolgt: “Als geboren Doetinchemmer had ik snel mijn draai gevonden hoor! Mijn vader was melkboer hier in de straat en zelf was ik glaszetter.” Met een wat kritische blik vervolgt hij: “Het is alleen wel jammer dat hier in de buurt niet zo veel te beleven is als in Zelhem. Daar zaten we midden in het centrum, dat mis ik wel.”
Meneer Jansen kan dus niet wachten om terug naar Zelhem te gaan? “Nou”, antwoordt de voormalig bouwvakker, “Ze beginnen net pas met de bouw. De verhuizing duurt nog wel even.” Meneer Jansen wacht dus rustig af tot hij weer terug naar zijn vertrouwde Zelhem kan. “We zitten hier droog, de zorg is fijn en we doen leuke dingen, maar het is wel fijn om straks zo weer het centrum in te kunnen lopen. Even koffiedrinken, zelf naar de winkel en soms even stiekem een biertje drinken met een groepje. Ook mijn kinderen wonen dan dichterbij, dat is voor hen ook makkelijker.” Mijmerend sluit hij ons gesprek af: “Een kamer met het gezicht naar het Zelhemse dorp. Dat zou ik graag willen.”

“Goedemorgen heer Jansen.”, “Dag Johan!”, klinkt het vrolijk uit de kamers die we passeren als we met onze gesprekspartner naar zijn kamer wandelen. De sociale zeventiger is overduidelijk populair in De Zonnekamp. “Als je hier zit, dan moet je er samen wat moois van maken!”, vertelt hij monter. Aangekomen op zijn kamer laat hij ons trots twee schilderijen zien. “Ik heb ze alleen maar ingekleurd, hoor”, vertelt hij bescheiden, “maar het is heel leuk om te doen.”
Enthousiast praat hij over alles wat hij beleeft in De Zonnekamp. Over het koffiedrinken in de naastgelegen Annahoeve. Over het gezamenlijk eten in de woonkamer, waar hij verantwoordelijk is voor de verdeling van de zoutvaatjes. Over de recente rit op de heftruck, een lang gekoesterde droom die Markenheem voor hem in vervulling liet gaan. Over de bezoekjes aan Schavenweide om receptioniste Monique gedag te zeggen. En over zijn kinderen en kleinkinderen, waarmee hij het liefst onder de boom voor de ingang zit. De heer Jansen heeft een druk sociaal leven.
Na vier jaar in de Zelhemse Zonnekamp te hebben gewoond, verhuisde de heer Jansen in 2015 mee naar de tijdelijke vestiging in Doetinchem. Hoe vindt hij het hier? “De verzorging is goed, hetzelfde als in Zelhem. Ze kennen me goed, dat is fijn.” Hij vervolgt: “Als geboren Doetinchemmer had ik snel mijn draai gevonden hoor! Mijn vader was melkboer hier in de straat en zelf was ik glaszetter.” Met een wat kritische blik vervolgt hij: “Het is alleen wel jammer dat hier in de buurt niet zo veel te beleven is als in Zelhem. Daar zaten we midden in het centrum, dat mis ik wel.”
Meneer Jansen kan dus niet wachten om terug naar Zelhem te gaan? “Nou”, antwoordt de voormalig bouwvakker, “Ze beginnen net pas met de bouw. De verhuizing duurt nog wel even.” Meneer Jansen wacht dus rustig af tot hij weer terug naar zijn vertrouwde Zelhem kan. “We zitten hier droog, de zorg is fijn en we doen leuke dingen, maar het is wel fijn om straks zo weer het centrum in te kunnen lopen. Even koffiedrinken, zelf naar de winkel en soms even stiekem een biertje drinken met een groepje. Ook mijn kinderen wonen dan dichterbij, dat is voor hen ook makkelijker.” Mijmerend sluit hij ons gesprek af: “Een kamer met het gezicht naar het Zelhemse dorp. Dat zou ik graag willen.”

Terug naar het overzicht