Anne’s Blog; Thuis komen

Ik ben Anne Slöetjes, ik werk ruim 23 jaar bij Markenheem. Markenheem heeft me de mogelijkheid geboden om mijzelf te blijven ontwikkelen en zo ook mee te groeien in de veranderingen.Ik ben ik aandachtsvelder Palliatieve zorg, de zorg die we verlenen aan mensen die ongeneeslijk ziek zijn. Deze zorg is niet gericht op genezen, maar op de kwaliteit van het leven. Ik vind het heel bijzonder om in dit stuk van het leven van onze bewoners mee te mogen lopen, dichtbij te komen, adviseren, samen zoeken naar de mogelijkheden, op elk gebied, passend in de situatie. Omdat ik soms heel dichtbij kom (zo voelt dat voor mij) maakt het soms ook wel eens lastig om het los te laten. Daarom ben ik begonnen om van me af te schrijven, en het helpt! Ik merk dat men het moeilijk en eng  vindt om over de laatste levensfase te praten. Verder beschrijf ik ook situaties over alledag, dingen die ik meemaak op de afdeling, hilariteit, gezelligheid, liefde voor mijn mensen en de naasten. Omdat ik het belangrijk vindt dat men weet en kan lezen dat er samen gelachen en gehuild wordt.

Door de  nare ziekte Alzheimer ging het thuis wonen niet meer en kwam je bij ons. Toen ik je zag, herkende ik je meteen. “Vroeger” toen ik stage liep in de gezinsverzorging, ben ik bij jullie thuis geweest. Je vrouw leefde toen nog. 96 jaar heb je thuis gewoond, op een boerderij, je zoon en schoondochter wonen er naast. Je was een boer in hart en nieren en meneer stond niet in je woordenboek.

Je hebt geen kwaad in je gehad, maar dat begrepen sommige medebewoners niet. Als je op de gang liep, leek alles op elkaar. Bijna alle deuren hetzelfde, je struinde wat af door de gangen. Menig medebewoner heeft je op bezoek gehad, en je begreep niet dat het je eigen kamer niet was en dat iemand anders daar woonde. Je  bleef stug zitten. Je had altijd een woord klaar als ik of een van mijn collega’s je probeerde mee te nemen.  “Kom, we gaan samen even wandelen, ik loop met je mee”. Dan zei je:: “Je loopt maar vast, al loop je de Vierdaagse, ik blijf hier”. We moesten er soms ook wel smakelijk om lachen, maar je was een sterke man, dus we kregen je ook moeilijk van de plek af.

Je kreeg een hersenbloeding en kwam op bed te liggen. En je ging zienderogen achteruit. Eten en drinken lukte met mate, de pijn nam toe en er werd in overleg met je kinderen een goed beleid afgesproken zodat je comfortabel was.

Je dochter vertelde me tijdens mijn nachtdienst, terwijl ze bij je waakte,  dat ze het als kinderen wel 1000 x moeilijker hadden gevonden om je na zo’n lang leven naar het verpleeghuis moesten verhuizen, moeilijker dan dat je nu in de laatste levensfase bent.  Ze was er zo verdrietig over. Je kinderen hadden een schema opgesteld, zodat er altijd iemand bij je was, de laatste dagen van je leven.

Vanmorgen ging de bel om 9.45 uur. Ik kwam met een collega bij je en je kinderen gaven aan dat je zojuist je laatste adem had uitgeblazen. Wij zagen het ook. Je dochter zei meteen: “ons schema om te waken liep tot vanmorgen”.
Zou je het aangevoeld hebben?

Je kinderen hebben je vanmiddag naar huis begeleid, naar je eigen boerderij waar je 96 jaar gewoond hebt. Daar mag je je laatste dagen rusten tot aan je uitvaart. Je bent weer THUIS.

Terug naar het overzicht