Rondom het oude Dorpsplein

In gesprek met de twee zussen, Chrisje Heerink (83) en Dikkie Gijsberts (76), respectievelijk wonend in De Bleijke en Hyndendael. Voor dit weerzien is de oudste van de twee zussen vanuit Hengelo (G) naar Hummelo gereisd.

Na een innige omhelzing gaat Dikkie, die in Hyndendael woont, samen met haar oudere zus Chrisje naar haar kamer. De laatste keer dat ze elkaar zagen, is toch alweer een poosje geleden. Net zoals altijd is er sprake van een warm onthaal en opnieuw een groot feest voor hen. Ook al is de ontmoeting vandaag gearrangeerd, voor beide zussen maakt dat niet uit. Eenmaal op de kamer van Dikkie komen de verhalen los; aan de muur hangt een enorm schilderij, een echte blikvanger, met daarop de afbeelding van de Van Panhuysbrink in Hoog-Keppel, door oude inwoners ook wel ‘het schoolpleintje’ genoemd. Het is daarom niet vreemd dat het gesprek vanochtend gaat over de belevenissen van de zussen rondom deze brink. Ervaringen uit hun jeugdjaren liggen nog vers in het geheugen, zodat Dikkie honderduit vertelt terwijl ze Chrisje enthousiast betrekt in haar verhaal. De uitgelatenheid van Chrisje blijkt uit de gulle lach op haar gezicht en het uit volle overtuiging meeknikken als Dikkie praat over het oude woonhuis. Het oude woonhuis waar ze als kinderen hebben gewoond, dat stond naast het gemeentehuis in de gezellige dorpskern van Hoog-Keppel. Over de school, die nét niet op het schilderij staat, zijn ze het unaniem eens. Dat was een hele gezellige tijd. Dikkie, de jongste van de twee, heeft het langst in het ouderlijk huis gewoond. Later ging ze naar de Monumentenweg, elders in het dorp. Het woonhuis was een dubbelhuis, waar twee gezinnen in woonden. De buurman hield er een bijzondere hobby op na: het vangen en houden van bevers. Dikkie rilt nog bij de gedachte en Chrisje trekt bij het horen hiervan een vies gezicht. De bevers zaten in kooien met dik gaas, maar soms… ontsnapte er één die dan met zijn lange en leerachtige staart door de moestuin van hun ouders liep. Op een warme dag in de zomer moesten ze na schooltijd gelijk naar huis om in de groentetuin te helpen met het oogsten en doppen van tuinbonen. Ze waren nog maar net begonnen of ze kregen de schrik van hun leven, ze stonden oog in oog met een grote bever die van de gewassen zat te knagen. Daarom werden in de hof vallen gezet om deze dieren weg te houden. Tijdens het vertellen kijkt Dikkie op de klok en ziet tot haar verbazing dat het bijna etenstijd is. Vandaag gaat ze samen met Chrisje eten in de Hessenhof, het restaurant van Hyndendael. Gearmd en nog vol enthousiasme over het gesprek dat ze met elkaar hadden over de belevenissen aan het oude Dorpsplein lopen ze richting de lift. Na de maaltijd nemen ze afscheid van elkaar en brengt Dikkie Chrisje naar de Bleijke bus die bij de ingang van Hyndendael staat en met een zwaaiende Dikkie achterlatend, rijdt de bus weg richting Hengelo.

Dit verhaal is geschreven door Harma Koopal voor Thuis bij Markenheem editie 26

 

In gesprek met de twee zussen, Chrisje Heerink (83) en Dikkie Gijsberts (76), respectievelijk wonend in De Bleijke en Hyndendael. Voor dit weerzien is de oudste van de twee zussen vanuit Hengelo (G) naar Hummelo gereisd.

Na een innige omhelzing gaat Dikkie, die in Hyndendael woont, samen met haar oudere zus Chrisje naar haar kamer. De laatste keer dat ze elkaar zagen, is toch alweer een poosje geleden. Net zoals altijd is er sprake van een warm onthaal en opnieuw een groot feest voor hen. Ook al is de ontmoeting vandaag gearrangeerd, voor beide zussen maakt dat niet uit. Eenmaal op de kamer van Dikkie komen de verhalen los; aan de muur hangt een enorm schilderij, een echte blikvanger, met daarop de afbeelding van de Van Panhuysbrink in Hoog-Keppel, door oude inwoners ook wel ‘het schoolpleintje’ genoemd. Het is daarom niet vreemd dat het gesprek vanochtend gaat over de belevenissen van de zussen rondom deze brink. Ervaringen uit hun jeugdjaren liggen nog vers in het geheugen, zodat Dikkie honderduit vertelt terwijl ze Chrisje enthousiast betrekt in haar verhaal. De uitgelatenheid van Chrisje blijkt uit de gulle lach op haar gezicht en het uit volle overtuiging meeknikken als Dikkie praat over het oude woonhuis. Het oude woonhuis waar ze als kinderen hebben gewoond, dat stond naast het gemeentehuis in de gezellige dorpskern van Hoog-Keppel. Over de school, die nét niet op het schilderij staat, zijn ze het unaniem eens. Dat was een hele gezellige tijd. Dikkie, de jongste van de twee, heeft het langst in het ouderlijk huis gewoond. Later ging ze naar de Monumentenweg, elders in het dorp. Het woonhuis was een dubbelhuis, waar twee gezinnen in woonden. De buurman hield er een bijzondere hobby op na: het vangen en houden van bevers. Dikkie rilt nog bij de gedachte en Chrisje trekt bij het horen hiervan een vies gezicht. De bevers zaten in kooien met dik gaas, maar soms… ontsnapte er één die dan met zijn lange en leerachtige staart door de moestuin van hun ouders liep. Op een warme dag in de zomer moesten ze na schooltijd gelijk naar huis om in de groentetuin te helpen met het oogsten en doppen van tuinbonen. Ze waren nog maar net begonnen of ze kregen de schrik van hun leven, ze stonden oog in oog met een grote bever die van de gewassen zat te knagen. Daarom werden in de hof vallen gezet om deze dieren weg te houden. Tijdens het vertellen kijkt Dikkie op de klok en ziet tot haar verbazing dat het bijna etenstijd is. Vandaag gaat ze samen met Chrisje eten in de Hessenhof, het restaurant van Hyndendael. Gearmd en nog vol enthousiasme over het gesprek dat ze met elkaar hadden over de belevenissen aan het oude Dorpsplein lopen ze richting de lift. Na de maaltijd nemen ze afscheid van elkaar en brengt Dikkie Chrisje naar de Bleijke bus die bij de ingang van Hyndendael staat en met een zwaaiende Dikkie achterlatend, rijdt de bus weg richting Hengelo.

Dit verhaal is geschreven door Harma Koopal voor Thuis bij Markenheem editie 26

 

Terug naar het overzicht